Zowel aan de Zuunbeek in Sint-Pieters-Leeuw als aan de Dijle in Leuven werken we aan het herstel van structuurkwaliteit, het oplossen van vismigratieknelpunten en het verhogen van de natuurlijke wateropvangcapaciteit.

1. Herstel van de kwaliteitsstructuur van de Dijle in het centrum van Leuven

De Dijle stroomt door de stad Leuven, waar het zich in vijf verschillende takken verdeelt. Op de voormalige brouwerijsite Artois tussen de Mechelsestraat en de Vaartstraat zijn enkele jaren geleden 2 armen van de rivier heropend. Dit creëerde kansen voor de natuur en het herstel van de rivier.

Door de verbeterde waterkwaliteit komen in de Dijle opnieuw een 25-tal vissoorten voor. Om zich voort te planten, trekken vele van deze soorten, zoals kopvoorn, winde, riviergrondel en blankvoorn, in het voorjaar stroomopwaarts de rivier op. De boven- en zijlopen van de Dijle vormen immers een zeer geschikt paai- en opgroeigebied.

Ter hoogte van het Sluispark zorgt de stuw in de 4de Dijlearm ervoor dat het water in de Dijle hoog genoeg staat om het kanaal te voeden. Bij hoogwater wordt de stuw plat gelegd om de doorvoercapaciteit in de Dijle te maximaliseren. Deze stuw creëert een hoogteverschil van 1,60 meter, waardoor vissen niet meer stroomopwaarts kunnen zwemmen. Om dit vismigratieknelpunt voor vissen overbrugbaar te maken is er naast de stuw een educatieve vistrap gebouwd.